1

Financiën schaft de forfaits af

Onderzoek 24 april 2020

De Federale Overheidsdienst Financiën heeft uitleg gegeven bij de beslissing om de forfaitaire belastingregelingen af te schaffen. Het systeem van de forfaits hield op 1 januari 2020 op te bestaan. Wie moet overstappen kan nog tot 31 december 2022 van een overgangsperiode genieten. We bekijken de redenen en de gevolgen voor uw boekhouding.

Voor de berekening van de bedragen waarop u als persverkoper BTW verschuldigd bent, kan u beroep doen op een volledige boekhouding of op het forfaitair aangiftesysteem voor BTW en Inkomstenbelasting. Winkeliers die dit forfaitair aangiftesysteem hanteren, moeten geen kasboek bijhouden met dagontvangsten. In plaats daarvan geven ze hun boekhouder de mogelijkheid om de aankoopfacturen in te delen volgens een reeks van ‘koopwarengroepen’. Voor elke groep geeft de algemene administratie van de fiscaliteit een forfaitaire coëfficiënt waarmee de theoretische omzet van de handelaar kan worden berekend (en dus ook de ‘belastbare’ winst) of de bedragen waarop de handelaar BTW is verschuldigd.

Dalend aantal gebruikers

Een van de redenen voor het stopzetten van het forfaitair systeem is het dalende succes ervan. Over de verschillende sectoren heen, ging het in 2019 nog om iets meer dan 11.000 gebruikers voor de BTW-aangifte, waarvan 525 krantenwinkels. In 2015 stonden nog 814 krantenwinkels op de teller. Voor de FOD kan 525 een laag cijfer lijken, maar op de keper beschouwd gaat het toch nog om zowat een kwart van het totale aantal zelfstandige krantenwinkels.

Gewijzigd vennootschapsrecht

Een tweede reden achter de stopzetting is het nieuwe vennootschapsrecht. Die sluit vennootschappen, met of zonder rechtspersoonlijkheid, sinds 1 januari 2020 uit van de forfaitaire belastingregeling. “Zij moeten immers een gedetailleerde boekhouding voeren en beantwoorden niet meer aan het concept van kleine ondernemingen waarvan de structuur de toepassing van de vereenvoudigde forfaitaire belastingregeling rechtvaardigt”, staat te lezen in het verslag van de bijeenkomst van het College Der Forfaits. De betrokken vennootschappen kregen een brief die hen meldde dat ze voortaan onder de normale BTW-regeling vallen en dus kwartaalaangiften moeten indienen.

En wat met de inkomstenbelasting?

Uit de cijfers van de overheid blijkt overigens dat in 2019 ook 255 dagbladhandelaars het systeem gebruikten bij de aangifte van hun inkomstenbelasting. Het College Der Forfaits preciseert voor deze groep dat het mogelijk blijft om forfaits vast te stellen “voor die sectoren die geen of onvoldoende bewijskrachtige middelen hebben om hun belastbare inkomsten vast te stellen.” Maar meteen voegt ze er ook aan toe dat dit in de praktijk niet meer zal gebeuren. “Indien er voldoende bewijskrachtige boeken en documenten voorhanden zijn, mogen dus geen forfaitaire grondslagen van aanslag worden vastgesteld”, klinkt het. “In combinatie met de hervorming van het Wetboek van Economisch Recht komt dit erop neer dat het gebruik van forfaitaire regelingen niet langer meer kan worden verantwoord.”

Wat moet u dan precies doen?

Wie tot nu toe gebruik maakte van de forfaitaire BTW-aangifte, zal de overstap moeten maken naar een normale belastingregeling. Dat betekent concreet dat u een dagboek van ontvangsten en een inventaris moet bijhouden. Financiën toont echter begrip voor de eventuele moeilijkheden die de afschaffing voor handelaars met zich meebrengt en heeft daarom “een overgangsperiode van drie jaar voorzien (1/1/2020 – 31/12/2022) opdat zij binnen hun bedrijf de nodige maatregelen kunnen treffen voor een vlotte overgang naar een andere fiscale regeling.”

Meer boekhouderskosten? “Fiscaal aftrekbaar”

Tijdens de vergadering wezen sommige aanwezigen op de administratieve meerkost van het voeren van een volledige boekhouding op basis van de werkelijke ontvangsten. “Deze kosten zijn echter fiscaal aftrekbaar”, laat het College weten. “Bovendien beschikken de meeste forfaitaire belastingplichtigen al over een al dan niet geregistreerde kassa die hun omzet nauwkeurig kan vaststellen zodat er in werkelijkheid geen noodzaak meer bestaat om het forfaitair systeem te behouden.”